Foto-identificatie in actie
Hoe schat je het aantal dolfijnen en walvissen in een gebied? Hoe weet je of het permanente bewoners zijn of tijdelijke gasten? Hoe weet je of de groep die je ziet bestaat uit exemplaren die aan elkaar verwant zijn of niet? En hoe weet je of ze permanent als groep bij elkaar zijn of dat de samenstelling van zo’n groep wisselend is? Er zijn zoveel vragen te beantwoorden. Het is niet eenvoudig de antwoorden te vinden in de uitgestrektheid van de oceaan. De dieren die je bestudeert komen immers slechts voor korte tijd aan de oppervlakte.
Mensen zijn gefascineerd door dolfijnen en walvissen, waarschijnlijk omdat ze ongrijpbaar zijn en omdat wij hun wereld niet gemakkelijk kunnen binnentreden. Deze fascinatie is duidelijk te merken, gezien de hoeveelheid mensen en organisaties die zich bezighouden met het bestuderen en observeren van deze zoogdieren. Onderzoeksorganen gebruiken verschillende methoden om walvisachtigen te bestuderen en vandaag waren wij in de gelegenheid SECAC (de Vereniging voor Onderzoek van Walvisachtigen op de Canarische Eilanden) tijdens hun foto-identificatiewerkzaamheden te filmen. Het ging hier om grienden en tuimelaars. Net als de vingerafdrukken van mensen, is iedere rugvin van walvisachtigen uniek en kan met behulp van een gespecialiseerd computerprogramma vastgelegd worden. Ook is de proportie van sommige
lichaamsdelen, zoals de afstand tussen de neus en de basis van de rugvin, uniek. Bovendien heeft elke dolfijn of walvis z’n eigen littekens, zoals beetwonden, krassen, of snijwonden ten gevolge van aanvaringen met schepen. Door de rugvinnen en littekens van elk dier binnen een groep te fotograferen en de locatie van de groep vast te leggen, het noteren van de moeders met kalf en het observeren van gedrag, kunnen onderzoekers veel informatie verzamelen.
Dichtbij komen zonder te storen
Die dag hebben we drie waarnemingen kunnen doen: twee van grienden en één van tuimelaars. SECAC’s Antonella Servidio en Cristina XXXX noteerden de coördinaten, telden de individuen, telden het aantal volwassen exemplaren, jonge dieren en kalveren; identificeerden de dominante stier, noteerden de observaties en fotografeerden ieder individu van zowel de rechter- als de linkerkant. Cristina manoevreerde behendig de RIB (opblaasbare speedboot), met de motor op lage snelheid of in de neutrale stand, om de dieren heen en op hun bewegingen anticiperend, zodat Antonella ze kon fotograferen. Ze bespraken de groep op zachte toon en bevestigden de informatie die ieder had verzameld. Al het werk werd met zo min mogelijk geluid gedaan, zodat de groep minimaal gestoord werd. Ze te zien werken was bijna zo interessant (maar niet helemaal) als het kijken naar de walvissen en de dolfijnen. Terwijl Antonella en Cristina volkomen in hun werk opgingen, moesten wij ons dwingen onze ogen van de dieren af te wenden en zelf aan het werk te gaan: Ernie moest filmen terwijl ik foto’s moest maken en een gesprek met Antonella over hun activiteiten moest hebben.
Het fotograferen van dolfijnen is een hele uitdaging. Hun bewegingen zijn zo snel en aangezien ik nog niet veel ervaring heb is het moeilijk op de bewegingen te anticiperen. Bovendien bewegen ze op een woelige ondergrond, terwijl jezelf op een bewegend oppervlak staat, dat zich op zijn beurt ook weer op een woelige ondergrond bevindt. Probeer dan maar eens de camera stil te houden en de dolfijnen in beeld te houden! Terwijl we het wateroppervlak afzochten, zagen we op een geg
even moment in de verte gespetter en gewoel in het water. Toen we langzaam naderden, zagen we dat het een groep tuimelaars was, waarvan er een paar sprongen maakten! Het zijn zulke krachtige atleten. De metershoge sprongen die ze uit het water maken, zien er zo gemakkelijk uit. In de fractie van een seconde dat de dolfijnen boven water zijn tijdens een sprong, zie je duidelijk het contrast tussen hun crèmekleurige buik en het donkergrijs van hun bovenlichaam. Dat is een normaal verschijnsel bij zeedieren omdat het ervoor zorgt dat ze minder zichtbaar zijn voor roofdieren die van onderen af tegen het licht in naar boven kijken. Tegelijkertijd zorgt hun donkere bovenlijf ervoor dat ze niet goed zichtbaar zijn als je van bovenaf de donkere zee inkijkt.
Lichamelijk contact
Het water was helder en kalm, tenminste in het begin, vandaar dat we gedurende de waarneming van de eerste groep grienden de walvissen duidelijk konden zien terwijl ze onder de RIB doorzwommen. Ik leunde over de zijkant van de RIB en hield onze kleine onderwatercamera in het water, mikkend op de voorbijzwemmende dieren. Het was maar afwachten of er een walvis op zou komen te staan of niet. Tot mijn stomme verbazing had ik inderdaad een paar foto’s van walvissen geschoten! Eén van de kalveren kwam nieuwsgierig “snuffelen” aan de kleine camera en aan mijn armen en kwam een paar keer heel dichtbij. Het leek wel of de jonge walvis naar de camera keek en probeerde er achter te komen wat dat nu weer was. Z’n moeder zorgde er al snel voor dat hij bij ons uit de buurt bleef en maakte dat hij haar volgde. Ze gleden samen weg, het kalf veilig onder z’n moeder’s buik, terwijl haar staartvin zachtjes zijn rug aanraakte.
We waren heel blij met de kans om SECAC’s Antonella Servidio en Cristina Lorenzo tijdens hun onderzoekswerkzaamheden op het gebied van grienden en tuimelaars te mogen filmen.
SECAC is ook verbonden met het Walvismuseum op Lanzarote.










Nieuw commentaar posten